oktober 2019 Recreatief


Woensdag 16 oktober 2019
Voormezele - Ieper - Voormezele, recreatief 21 km
Tochtbegeleiding Freddy Lesage, Wervik
Contact Roland Vansteelandt, Oostende
Roland@midweekstappen.be en 0479 554343

Voormezele is een gemeente nabij Ieper met een rijke geschiedenis.
Reeds in 774 was de parochie vermeld onder de 800 parochies van het Bisdom Terwaan (Terenburg).
In 1559 kwam Voormezele onder het Bisdom Ieper, in 1801 onder Bisdom Gent en sedert 1834 onder het Bisdom Brugge. Op de eerste plaats is Voormezele een oude abdijparochie. Deze abdij werd gesticht in 1068 door Isaac, de Heer van Voormezele. In 1069 werd het goedgekeurd door Drogo, bisschop van Terwaan. Het was een kapittel van wereldlijke kanunniken. Met de Franse revolutie in 1794 werd de abdij verwoest en nooit heropgebouwd. De geestelijken bedienden ook de parochie want de kloosterkerk was tevens parochiekerk.
Tijdens de opgravingen van 1989 tot 1991 vond men grondvesten van de verwoeste abdij terug. Deze vondsten leidden tot de reconstructie van de bouwplannen van de augustijnenabdij gespreid over vier bouwfasen.
Sedert 1977 is Voormezele een deelgemeente van Ieper. Ieder dorp heeft zijn bijnaam. De oudste gekende volksnaam voor Voormezele is deze van “papeters” of “paptelen”. Dit is waarschijnlijk toe te schrijven aan de ligging van de dorpskom in de laagte tussen de grote rijkswegen. Het dorp is ook bezaaid met 3160 grafstenen: diepe littekens van de Grote Wereldoorlog 1914-1918. Voor de verwoesting telde het dorp vier mooie en rijke kastelen. Slechts één werd heropgebouwd: het Elzenwallekasteel. Al de andere behoren tot het verleden.
Toch bewaart met er nog een prachtig kleinood. Iets waarover iedere Voormezelenaar terecht fier is: de relikwie van het H. Bloed. mooie herinnering zoals zoveel waardevolle zaken in de geschiedenis van een dorp.

Omloop
V
oormiddag 9,3 km, namiddag 11,2 km
Na de tocht afscheidsdrankje mogelijk in De Kroon.

Belangrijkste plaatsen op de tocht

Het Tortelbos
Een echt speelparadijs in 
de grote achtertuin van Ieper.
Net als in het bos kun je hier vrij op avontuur trekken buiten de aangelegde paden en zonder toelating van de boswachter. Er zijn vier open plekken die dienen als speelweide, tunnels en speelheuvels 

De Vestingen van Ieper
Door het Verdrag van Nijmegen tussen Spanje en Frankrijk in 1678 kwam Ieper onder Franse heerschappij te staan tot 1713. Lodewijk XIV gelastte zijn vermaarde deskundige Maarschalk Sebastien Leprestre de Vauban met de vernieuwing van de vestingen. Ze werden zo uitgestrekt dat ze meer oppervlakte in beslag namen dan de stad die ze moesten beschermen. De ironie van het lot wil, dat deze machtige vestingen hun vuurdoop kregen van... Franse kanonnen. Dit was in 1744, Ieper stond toen onder Hollands gezag.De 14de-eeuwse stadsomheining werd bewaard. Eerst en vooral werd de hoofdomwalling voorzien van zeer hoge, uitgestrekte bastions. Hierbij bleef, in het zuidwesten en het noordwesten van de stad, een deel van de Bourgondische vesting bestaan. Onder de bastions werden souterrains ingericht, bomvrije ondergrondse ruimten, die indertijd onder meer als opslagplaats voor geschut en ander materieel werden gebruikt. Vervolgens werden de vestinggrachten uitgediept en verbreed. Vauban bouwde midden in die grachten afzonderlijke verdedigingswerken zoals demi-lunes en contregardes (halvemaanvormige of driehoekige, versterkte eilanden). Verder bestond de vesting uit vier enorme hoornwerken (M-vormige voorversterkingen). De benedenstad, waar zich nu de Kaai uitstrekt, werd omringd met een gebastioneerde omwalling. Bovendien was de vestingstad gedeeltelijk omringd met grote oppervlakten grond die onder water werden gezet: de inundaties van Mesen (Verdronken Weide), Belle en Paddevijver. Op de Esplanade staat nog steeds een kruitmagazijn dat in 1817, onder Willem I, werd gebouwd op de grondvesten van het oorspronkelijke kruitmagazijn. Deze werd in 1684 opgericht door Vauban, maar in 1720 gesloopt.

Zillebekevijver 
Op een paar honderd meter van de dorpsplaats ligt Zillebekevijver. Ingesloten door stevige oevers en omringd door weelderig loofhout. Rustig deinend jaar in jaar uit, is hij een brok aantrekkelijke natuur die de wandelaar van alle seizoenen aanlokt.  Midden de plas dobberen helgekleurde bootjes in fel kontrast met het water en de lucht. Lange ‘vispersen’ priemen uit de rietkragen waar geduldige hengelaars soms dagenlang zitten te wachten op een ‘tik’.
Maar zo mooi is het niet altijd geweest. De geschiedenis leert ons dat de vijver vele eeuwen geleden niets anders was dan een onherbergzame moerassige laagvlakte waar vooral tijdens de winter een grote hoeveelheid water voorhanden was. Immers midden doorheen dit sompig gebied vloeide op haar dooie gemak de Zillebeek. Toen in 1294 op de noordwestelijke rand van het moeras een dijk werd opgeworpen bleef het water, mede door de toevoer van de Zillebeek, er tijdens het ganse jaar staan. Reeds in 1295 moet op deze plaats een kleine vijver (half vijver, half moeras wellicht) bestaan hebben, want de oorspronkelijke akten spreken van grond
‘pour être incorporés au dit vivier’.
Zillebekevijver is dus op natuurlijke wijze ontstaan maar door de tussenkomst van de mens kon het water er bewaard blijven en is hij geworden wat hij vandaag de dag nog is.
De stad leper die in die tijd max. veertigduizend inwoners zou geteld hebben, putte uit de vijver het nodige water voor huishoudelijk verbruik, voor de nijverheid en voor haar verdedigingswerken. De Zillebeekse vijver, een driehoek met zijn scherpste punt naar het dorp toe, heeft nu een wateroppervlakte van 28 ha 26 a. Met de omliggende dijken en meersen, samen 44 ha. groot, is het eigendom van de stad leper. Het water ervan wordt van uit het pomp- en filtreerstation naar de watertoren van de Meenseweg gestuwd om te voorzien in de drinkwaterbevoorrading van de stadsbevolking.
Een belangrijke datum in de geschiedenis van de vijver is het jaar 1800. In dat jaar werd hij uitgediept en grondig gereinigd. Het slijk (de moze) werd noordwaarts op de aanpalende velden en weiden uitgestort, zodat deze gebieden aanzienlijk hoger kwamen te liggen, feit dat wij op vandaag nog kunnen vaststellen. Een tweede belangrijke datum situeert zich omstreeks 1908-1909. Toen werden oost- en zuidoostwaarts dijken gelegd en nabij Zillebekedorp een sluis gebouwd om de watertoevoer van de Zillebeek onder controle te houden. Bij hevige dooi en andere winterse stortvloeden kan het overtollige water in de omringende meersen geloosd worden. In geval van nood wordt het water verder afgelaten in de ‘verdronken weiden’ en van daaruit in de Ieperlee, langs de vestinggrachten van de stad.

Molenbos en Provinciedomein de Palingbeek
De toegang bevindt zich centraal binnen het provinciedomein De Palingbeek, niet ver van de grote parking. Het vormt de toegangspoort tot het unieke oorlogslandschap "The Bluff", het Molenbos, en verderop de beroemde site Hill 60, de kratersite Caterpillar (domein De Vierlingen), de mooie begraafplaats Larch Wood Cemetery en omgeving.